| ORIGINEEL: ori·gi·neel (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) 1: oorspronkelijk, onvervalst2: uit iem. zelf voortkomend, niet van iem. anders afgekeken3: met originele ideeën enz.: een originele kerel2: ori·gi·neel (het; o; meervoud: originelen)1 : de oorspronkelijke versie Origineel dus.... |